Ik ben Krishna (11) en ik woon in Nepal. Toen ik 6 jaar was, overleed mijn vader als gevolg van een ziekte. In het begin konden we maar net rondkomen van wat mijn moeder verdiende. Als snel begon mijn moeder steeds meer te verdienen. Rond die tijd kwamen er steeds vaker vrouwen naar ons huis. Ik hoorde mijn moeder zeggen dat ze naar het Midden-Oosten zouden gaan waar ze een baan zouden krijgen. Ik kwam erachter dat mijn moeder een tussenpersoon was voor deze vrouwen. Veel snapte ik er niet van, maar ik was blij dat het beter ging thuis.

Op een dag veranderde alles. De politie kwam naar ons huis en arresteerde mijn moeder voor mensenhandel. Na een lange rechtszaak kreeg ze een gevangenisstraf van 10 jaar. Van de ene op de andere dag was er niemand meer die voor mij en mijn broertje zorgde. De mensen om ons heen haatten ons en wilden niets meer met ons te maken hebben.

Tijdens een telefoongesprek met mijn moeder vertelde ze ons dat ze gelukkig was, ondanks dat ze in de gevangenis zat. Ze zat in een naaiklas, die was opgestart door TWR Nepal. Tijdens deze lessen leerde ze naast naaien ook over Jezus. Ze vertelde ons dat ze Hem had aanvaard als haar Redder en dat ze graag wilde dat wij Hem ook zouden leren kennen.

Het programma heeft me al veel troost gegeven in moeilijke tijden

Mijn moeder vertelde me over het kinderprogramma Balfulbari. Ik begon te luisteren naar de uitzendingen en ik werd geraakt toen ik hoorde dat kinderen kostbaar zijn in Gods ogen en dat Hij ons nooit zal verlaten, zelfs als andere mensen ons haten. Het programma heeft me al veel troost gegeven in moeilijke tijden. Ik heb al mijn klasgenoten verteld over Balfulbari en nu luisteren we met z’n zessen naar de uitzendingen.

Of mijn moeder echt een mensenhandelaar was, weet ik niet, maar ik dank God dat ze de mogelijkheid had om Jezus Christus te leren kennen in de gevangenis. Ik kijk uit naar de dag dat mijn moeder vrijkomt, zodat ik samen met haar naar de kerk kan gaan.”

Aanmelden voor onze nieuwsbrief

Laptop